Gepost op

Hygiëne en vers voeren 9 tips.

Hygiëne bij versvlees voeren is heel belangrijk, dit kan je doen met de volgende richtlijnen:

  1. Gebruik aparte bakken, snijplanken, messen en lepels, afwas attributen en voerbakken. Was alles direct na gebruik af.
  2. Als een voerbak van uw hond / kat leeg is, reinig deze dan direct in de vaatwasser of wasbak met een reinigingsmiddel.
  3. Snij de bevroren worst in de lengte open en doe de bevroren worst in een aparte afgesloten bak. Het plastic kan in de vuilnisbak.
  4. Ontdooi vers voer in de koelkast. Dit kan twee dagen duren.
  5. Als het versvoer eenmaal ontdooit is, mag het niet langer dan drie dagen in een afgesloten bak in de koelkast bewaard worden.
  6. Reinig de bewaarbak als het vers voer op is direct.
  7. Was voor en na het voeren uw handen grondig.
  8. Reinig eventuele verontreinigingen met een wegwerp doekje en een reinigingsmiddel. Gebruik geen vaatdoekjes.
  9. Houdt vers voer buiten het bereik van kinderen.
Foo heeft een hertenpoot/ bot gevonden

Wij adviseren dit omdat versvoer eventueel een besmettingsgevaar oplevert als je geen hygiëne toepast. Ook om duidelijkheid te geven hoe je het beste met rauwe voeding om kan gaan. Dit geld natuurlijk ook gewoon voor je eigen etenswaren.

Rauw voeren gevaarlijk?

Gepost op

Heeft mijn hond een voedingsallergie?

Voedingsallergie bij de hond

Een voedingsallergie is een geregeld voorkomende aandoening bij honden. Circa 10% van alle honden met een allergie heeft last van een voedingsallergie. Hiermee staat deze vorm van allergie op de derde plek van veel voorkomende allergieën bij de hond, na een atopie en vlooienallergie. Bij een voedingsallergie heeft de hond meestal het hele jaar door jeuk.

Bij een voedingsallergie heeft de hond een overgevoeligheid tegen iets dat in de voeding verwerkt is. De meest voorkomende bron van de allergie is een eiwitsoort. Let op, dit betekent niet, wat veel eigenaren denken, dat de hond allergisch is voor eiwitten. De hond is dan allergisch voor een soort eiwit, bijvoorbeeld rundereiwitten, kippeneiwitten, varkenseiwitten of andere diersoorten. Ook plantaardige eiwitten (=gluten) kunnen de oorzaak zijn.

Hieronder staan een aantal belangrijke zaken over voedingsallergie waar veelal onduidelijkheid over bestaat:

  • Bij een voedingsallergie gaat het niet om de hoeveelheid die de hond binnenkrijgt. Eén maal per week een tussendoortje met iets waarvoor de hond allergisch is kan al erge klachten geven (vergelijk dit met een allergie voor pinda’s bij mensen waarbij één pinda al een shock kan veroorzaken).
  • Een hond is niet allergisch voor eiwitten maar voor een eiwit van een bepaald (dier)soort.
  • Een voedingsallergie kan zich op latere leeftijd ontwikkelen tegen een voeding die al jarenlang gegeten wordt!

Hoe uit een voedingsallergie zich bij de hond?

  • Jeuk over het hele lichaam of lokaal. Chronische oorontstekingen kunnen bijvoorbeeld door een (voedsel)allergie veroorzaakt worden.
  • Vettige en stinkende huid, olifantshuid (erg dikke eventueel donker gekleurde huid).
  • Slechtere eetlust en afvallen bij erge patiënten.
  • Huidinfecties met bacteriën en gisten.
  • Maag-darmklachten. Honden met voedingsallergie kunnen ook chronische diarree klachten en braken krijgen.

Hoe kunnen we een voedingsallergie bij de hond behandelen?

  • Bestrijden van de (secundaire) infecties. Vaak moet dit gedurende een lange tijd gebeuren (tot wel zes weken). De meest voorkomende infecties zijn die met bacteriën en gisten.
  • Het geven van een hypoallergeen dieet.
  • Ondersteunende therapie zoals shampoo’s, visolie e.d..

Wat is een hypoallergeen dieet?

Een hypoallergeen dieet bestaat uit een koolhydraten bron zoals rijst in combinatie met een eiwitbron die normaliter niet gegeten wordt door dieren. Denk bijvoorbeeld aan geitenvlees, struisvogelbiefstuk of eendenvlees. Deze diersoorten worden niet verwerkt in diervoeders zodat een hond of kat daar normaliter niet allergisch voor kan zijn. Tegenwoordig bestaan er ook diëten waarbij de eiwitten in kleine stukjes “geknipt” zijn (gehydrolyseerd). Hierdoor kunnen ze geen allergische reactie opwekken.

Hoe weet ik of mijn hond een voedingsallergie heeft?

Alle secundaire infecties moeten met antibiotica bestreden worden. Daarnaast moet gedurende minimaal 6 weken strikt (dus geen kleine hapjes tussendoor!) een hypoallergeen dieet, het liefst een eliminatiedieet, gegeven worden. Indien de klachten over zijn kan als laatste test teruggekeerd worden naar het oude dieet. Als de jeuk terugkomt is de diagnose van een voedingsallergie definitief.

Tot nu toe is er geen enkele betrouwbare bloedtest waarmee kan worden vastgesteld of uw hond een voedselallergie heeft en zo ja voor welke voedingsmiddelen hij gevoelig is. De tot nu toe enige betrouwbare methode is een eliminatiedieet en een antistoffen meting in speeksel, voor meer informatie klik op onderstaande links.

voedselintollerantietest-info

eliminatiedieet-met-kvv-of-barf

Gepost op

Vers voeren…hoe doe je dat?

Vers voeren…..

Honden en katten zijn carnivoren, wereldwijd zijn er steeds meer mensen overtuigd van de vele voordelen van vers voeren. Het wordt efficiënter verteerd, er komen minder afvalstoffen vrij, hierdoor worden lever, nieren en darmen een stuk minder belast.

Honden op een versvlees dieet hebben over het algemeen een gezondere darmflora. KVV, kant en klare diepvriesvoeding, is de eenvoudigste manier van vers voeren.

Ook kan je groenten toevoegen, mits gekookt of gemalen (ontsloten). Ondanks dat de hond gedomesticeerd is, is zijn spijsverteringsstelsel nog steeds vooral aangepast op het eten van rauw voedsel en beperkt op het eten van granen en groenten

In het wild eten wolven ook de maag en inhoud van een prooi op, dit doen ze niet voor niks, ze voorzien zichzelf op deze manier van belangrijke vezels en bepaalde vitaminen die niet in vlees voorkomen.

De aanbeveling is om je goed in te lezen over het vers voeren om te voorkomen dat er toch tekorten ontstaan bij je hond.

Tevens verdient de hygiëne omtrent het vers voeren aandacht!

In veel gevallen zal je merken dat als je hond overgaat op vers vlees, zijn vacht meer gaat glanzen, meer spieropbouw, hij zal minder stinken en een heel stuk minder ontlasting produceren vaak worden ze energieker.

Veel voedselallergieën worden meestal opgelost als je voor een zo natuurlijk mogelijke voeding kiest, die bij jou en je hond past.

Kijk voor meer informatie over vers voeren op

Wat is een goede kvv?

Voerwijzer

Barf

hier vindt u ook adviezen voor overstappen van brokken naar vers voer hoeveel u hond moet krijgen en dergelijke.

Beginnersinformatie kvv

Gepost op

Calcium-fosfor verhouding, hoe zit dat nu?

Calcium-fosfor en de juiste verhouding (CA/P) is een eeuwenoud vraagstuk.

Door de ontwikkelaars (praktiserend dierenartsen, voedingsdeskundigen en een dokter in de orthomoleculaire geneeskunde) van Back2thewild wordt het hier onder heel duidelijk uitgelegd.

Tot op vandaag vormt het nog steeds een groot discussiepunt. Om de juiste antwoorden te krijgen, is het stellen van de juiste vragen essentieel:

1: Wat is de calcium-fosfor behoefte?
2: Welke Ca/P bronnen bestaan er en hoe worden deze opgenomen?
3: Wat is het gevaar van een slechte calcium-fosfor verhouding?

1: Wat is de calcium-fosfor behoefte?

Om een duidelijk beeld te krijgen van wat een goede calcium-fosfor balans is, is het noodzakelijk rekening te houden met enerzijds de levensfase van uw dier en anderzijds het ras. Als pasgeboren pup tot de speenleeftijd is moedermelk de enige bron van voeding. Gedurende de lactatie blijft de calcium-fosfor verhouding van de moedermelk relatief stabiel op 1.6:1. Deze gegevens zijn zowel bij kleine als grote rassen gelijkaardig. Het is voornamelijk de hoeveelheid opgenomen melk die de groei beïnvloedt. Moederloze pups, die groot gebracht worden met melkvervangers, krijgen een gelijkaardige calcium-fosfor ratio binnen 1.3:1. Ook hier is het belangrijk dat de hoeveelheid melk afgestemd wordt op de voorziene groei van de hond in deze eerste groeifase. Op speenleeftijd schakelt de pup over naar vaste voeding. Hieronder bekijken we de aanbevelingen voor calcium en fosfor.

  Calcium % Fosfor % Ca:P-ratio
Aanbevelingen Ca/P      
Kleine rassen 0.7-1.7 0.6-1.3 1:1 tot 1.8:1
Grote rassen 0.7-1.2 0.6-1.1 1:1 tot 1.5:1

Tabel 1: Calcium-fosfor aanbevelingen vanaf speenleeftijd

Grote en kleine rassen hebben ongeveer exact dezelfde percentages calcium en fosfor nodig. Het is opnieuw de hoeveelheid voeding die het verschil maakt tussen een groot en klein ras. Wanneer uw hond volgroeid is, daalt de aanbevolen calcium-fosfor verhouding lichtjes. In dit geval heeft de hond enkel calcium en fosfor nodig ter onderhoud van het skelet en niet langer voor de groei. Een calciumtekort leidt tot calcium onttrekking uit het bot waardoor het gebeente broos wordt. Een calciumoverschot daarentegen kan calcificaties (kalkafzetting) veroorzaken.

Vanaf een leeftijd van 7 tot 10 jaar kan er overgeschakeld worden op een voeding voor ‘senioren’. Evenals in de ‘Junior’ voeding is een optimale verhouding hier essentieel.

  Calcium % Fosfor % Ca:P-ratio
Aanbevelingen Ca/P      
Kleine rassen 0.7-1.7 0.6-1.3 1:1 tot 1.8:1
Grote rassen 0.7-1.2 0.6-1.1 1:1 tot 1.5:1

Tabel 2: Calcium-fosfor aanbevelingen vanaf 7-10 jaar

Om de vraag omtrent het al of niet supplementeren van calcium te beantwoorden, is het nodig de bron en opname van calcium te bekijken:

2: Welke calcium-fosfor bronnen bestaan er en hoe worden deze opgenomen

A: Natuurlijke vorm:

Calcium kan onder een natuurlijke vorm, meer bepaald als botfragment aanwezig zijn in de voeding. De natuurlijke toevoeging van ‘dragende’ of steungevende delen van het skelet is de beste calciumbron voor de hond. Natuurlijk calcium wordt opgenomen volgens de behoeften van het lichaam. Bovendien kan een klein ‘te veel’ aan natuurlijk calcium uitgescheiden worden. Ook de opname verloopt via de natuurlijke weg. Natuurlijk calcium bindt hierbij niet aan andere mineralen waardoor hun absorptie niet wordt gehinderd.

B: Onnatuurlijke vorm:

Onnatuurlijke vormen van calcium kunnen niet volledig uitgescheiden worden. Het geven van een calciumsupplement als preparaat kan de verhouding van calcium en fosfor danig in onevenwicht brengen met gevaarlijke situaties tot gevolg. Een deel van het teveel aan onnatuurlijk calcium wordt niet uitgescheiden maar opgenomen in de bloedbaan. Calcitonine, het hormoon dat calciumionen in de bloedbaan bindt, helpt de hoge concentratie van calcium in de bloedbaan te verlagen. Bijgevolg ontstaat er een teveel aan calcitonine, wat een achterstand in de botvorming als gevolg heeft. De ontwikkelingskans van botziektes (HD, ED en SD) wordt hierdoor verhoogd. Het is dus van groot belang dat de hoeveelheden calcium en fosfor in droogvoer constant en optimaal is en dat extra suppletie via preparaten vermeden wordt. In een verse voeding met natuurlijke calciumsuppletie mag de hoeveelheid aan meer variatie onderhevig zijn, aangezien deze vorm wél uitgescheiden kan worden.

3) Wat zijn de gevaren van een slechte calcium-fosforverhouding?

A: Functies

Calcium heeft een effect op de ontwikkeling van het skelet en de tanden. Daarnaast speelt het ook een voorname rol bij de bloedstolling, spier- en zenuwfuncties en de doorlaatbaarheid van de celwand. Fosfor ondersteunt evenzeer de ontwikkeling van het skelet. Daarenboven is het, door de invloed op het koolhydraat, eiwit- en fosfolipiden metabolisme, verantwoordelijk voor de energieproductie.

B: Tekorten

Zowel calcium- als fosfor tekorten kunnen aanleiding geven tot groeiachterstanden, rickettsia (osteomalacia of zachte beenderen), fracturen en verminderde eetlust. Calciumtekort kan ook convulsies (stuipen), verminderde botmineralisatie, tandverlies en verlamming tot gevolg hebben. Een verminderde vruchtbaarheid, pica (consumeren van niet eetbare dingen) en slechte vachtkwaliteit kunnen door een fosfortekort veroorzaakt zijn.

C: Teveel

Een teveel aan calcium en/of fosfor kan een verminderde eetlust veroorzaken. Ook de kans op stenen wordt hierdoor groter. Secundaire hypoparathyroïdie (onvoldoende werken van de bijschildklier) kan door te veel calcium en fosfor gemakkelijker tot uiting komen. Hypercalcemie (teveel aan calcium) kan aanleiding geven tot nephrosis en verlammingsverschijnselen. Hyperfosforemie (teveel aan fosfor) kan calcificatie in de hand werken.

D: Ratio

Ook de verhouding van calcium en fosfor is van belang omdat ze elkaars opname beïnvloeden en hierdoor aan de basis liggen van de botontwikkeling. Uit bovenstaande gegevens kunnen we besluiten dat voeding een zeer belangrijke rol speelt tijdens de groei van uw hond. Zowel kleine als grote rassen kunnen met een goede begeleiding, over de hoeveelheid en de soort voeding, uitgroeien tot gezonde volwassen dieren. Er mag echter niet vergeten worden dat ook andere factoren zoals genetica, beweging, enz. een invloed hebben op de manier waarop uw hond zich ontwikkelt!

Back2TheWild is een voeding die zeer dicht bij de natuur staat, maar toch voldoet aan de strengste kwaliteitsnormen